Goed om te weten

Hoe weet je wanneer je voldaan bent?

Mensen eten omdat hun lichaam behoefte heeft aan energie. Het zou mooi zijn als dat de enige reden was, maar in onze maatschappij zijn er nog honderden andere redenen waarom we naar voedsel grijpen.

Het begint in je mond…

De geur en de smaak van het eten dat voor je staat, geven je al een zekere voldoening, maar door te kauwen schiet de verzadiging echt in actie. Hoe beter je kauwt, hoe meer dat gevoel wordt aangewakkerd. Daarom kun je beter kiezen voor voeding waarin je je tanden kunt zetten dan voor hapklare maaltijden waarop je amper moet kauwen. Tijd is cruciaal om het verzadigingsproces in gang te zetten.

… dan volgt je maag…

Zou het niet mooi zijn als je maag calorieën kon tellen en je zou waarschuwen als je voldoende had? Dat kan ze niet, maar ze geeft je wel een ander signaal. Zodra de maagwand wordt uitgerekt, laat de maag weten dat het voldoende is en geeft ze een verzadigingssignaal. Daarom kun je het beste voedingsmiddelen eten met voldoende volume, zoals groenten en fruit.

… en vervolgens gaat alles naar je dunne darm

De dunne darm zorgt dat de voeding verwerkt wordt. Alles wordt in kleine stukjes verdeeld en de darm laat weten dat er voldoende voedingsmiddelen in het bloed aanwezig zijn. De darm let vooral op de samenstelling en de kwaliteit van de voeding. Complexe koolhydraten, goede vetten en een juiste portie eiwitten zorgen dat de darmen gezond blijven en hun werk optimaal verrichten.
De theorie is mooi, maar de praktijk is natuurlijk andere koek. Je lichaam kan nog zo veel signalen uitzenden dat het voldoende energie heeft binnengekregen, maar door de prikkels in je omgeving kunnen je hersenen ze net zo goed negeren, waardoor je toch naar die extra portie of dat lekkere koekje grijpt. Dat heet hedonic hunger (vertaald: eten voor het plezier), waarbij de zin om te (blijven) eten even sterk is als echte honger. Onze hersenen hebben het niet gemakkelijk met een omgeving waar voortdurend en overal eten aanwezig is. Daarom is afvallen en op gewicht blijven niet alleen een kwestie van wilskracht.

Suiker en dopamine

Dopamine is een neurotransmitter die een cruciale rol speelt in het beloningssysteem van de hersenen. Door dopamine kunnen we ons niet alleen de beloning voorstellen, maar er ook voor zorgen dat we ze krijgen. Eten zorgt ervoor dat er dopamine wordt vrijgegeven in onze hersenen, waardoor we een fijn gevoel krijgen. Als we constant hetzelfde eten krijgen voorgeschoteld, zal het dopamineniveau echter dalen. Dat is een slimme truc van de natuur om ervoor te zorgen dat we genoeg variatie zoeken in onze voeding en op die manier alle vitamines en mineralen binnenkrijgen.
Met suiker is er iets bijzonders aan de hand. Hoeveel suiker we ook eten, er zal nooit genoeg dopamine geproduceerd worden om de drang naar nog meer suiker weg te nemen. Het eten van zoetigheid zorgt voor een fijn gevoel. Zoetigheid is dan ook een beloning. Onze hersenen worden dag in dag uit geprikkeld door zoete verleidingen. De geproduceerde dopamine vertelt je constant dat je het maar beter kunt grijpen nu het voorhanden is.
Sommige wetenschappers vergelijken de verslaving aan suiker met die aan alcohol of drugs. Het beloningssysteem in de hersenen wordt al in werking gezet bij de aanblik van iets zoets. Voor mensen die gevoelig zijn voor verslavingen, is het bijna onmogelijk om er niet aan toe te geven. In onze maatschappij worden onze hersenen continu geprikkeld. Advertenties in tijdschriften, op reclamepanelen en op televisie bombarderen onze hersenen constant met beelden van lekkernijen. In elke stationshal hangt een geur van versgebakken croissants of koekjes. In de supermarkt staan rekken vol kleurige verpakkingen met haarscherpe foto’s van het heerlijks binnenin.
Bij mensen die erg gevoelig zijn hiervoor, raken de dopaminereceptoren overwerkt en zijn ze constant op zoek naar een ‘hit’. Suiker- en vetrijk voedsel kan de drang even wegnemen, maar wat later krijg je opnieuw zin. Een dagelijkse overdosis van dit type voedsel kan ervoor zorgen dat je de controle verliest, voortdurend honger hebt en zelfs afkickverschijnselen vertoont wanneer je bijvoorbeeld suiker uit je dieet schrapt. Het enige wat kan helpen, is de hoeveelheid snelle koolhydraten en slechte vetten te beperken. Af en toe een stukje taart of een koekje kan, maar elke dag een vette of suikerrijke hap eten, is om problemen vragen.